Op welke manieren levert je lichaam energie?
Dat je lichaam energie kan leveren wist je vast al. Maar wist je ook dat je lichaam in staat is om op verschillende manieren energie te leveren? De mate van inspanning bepaald voor een groot deel op wat voor manier je lichaam deze energie levert. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je inspanning niet zo intensief is, maar wel een lange duur heeft. Je lichaam is dan in staat om energie te leveren met hulp van zuurstof. Als de inspanning zwaarder of intensiever wordt, kan je lichaam ook zonder zuurstof energie vrijmaken.
In dat geval is de hoeveelheid zuurstof niet genoeg om voldoende energie voor een inspanning le leveren. In dit artikel gaan we het hebben over de verschillende energiesystemen waar je lichaam gebruik van maakt. We leggen je uit wat er wordt verstaan onder het anaëroob a-lactische systeem, het anaëroob lactische systeem en het aërobe systeem.

Overgewicht voorkomen?
Het anaëroob a-lactische systeem
Anaëroob wil zeggen: zonder zuurstof. A-lactisch wil zeggen: zonder melkzuur. Bij dit energiesyteem wordt Adenosine Tri Phosphaat (ofwel ATP) en creatinefosfaat (CP) afgebroken. Wanneer je jezelf gedurende 20 seconden maximaal inspant, zal dit energiesysteem de belangrijkste energiebron zijn voor je lichaam. De inspanning is dus kort en heel erg intensief. Met de aanwezige ATP en CP in je spieren is er voldoende energie beschikbaar om deze krachtsexplosie te laten slagen. Denk bijvoorbeeld aan een kogelstoter die een flinke kracht moet zetten bij het wegstoten van de kogel. Hieronder de formule die hoort bij het anaëroob a-lactische energiesysteem.
Het anaëroob lactische systeem
Bij dit energiesysteem is er geen gebruik van zuurstof, maar wel er wel melkzuur gevormd. Opvallend is dat er glycogeen wordt afgebroken. Terugkomend op de 20 seconden hierboven; vanaf 20 seconden hele intensieve inspanning start je anaëroob lactische energiesysteem op en deze levert tot zo’n 2 minuten de nodige energie. Het afbreken, afvoeren en opslaan van ATP en CP vindt niet snel genoeg plaats, waardoor je lichaam lactaat (ook wel melkzuur) aanmaakt. Dit hoopt zich op in je spieren. Misschien heb je het zelf wel eens meegemaakt. Een hele intensieve inspanning die langer duurde dan 20 seconden en meteen leidde tot verzuring. Hieronder de formule die hoort bij het anaëroob lactische energiesysteem.
Nog meer kenmerken van het anaëroob lactische energiesysteem
- Het heeft een groot vermogen en geeft dus enorm veel energie per seconde
- Er is een hoge snelheid of (sub)maximale kracht mogelijk
- De energievoorraad is beperkt (van zo’n 20 seconden tot 120 seconden)
- Levert energie wanneer de andere energiesystemen in de problemen raken (noodsysteem)
- Het ophopen van melkzuur in je spieren en in je bloed, verzoorzaakt vermoeidheid in je spieren
Wat gebeurt er in je lichaam bij verzuring?
Melkzuur kan dus ontstaan bij zware fysieke inspanningen van je lichaam. Dit heeft natuurlijk bepaalde gevolgen. Het melkzuur wordt naar je bloed afgevoerd, waar het onschadelijk wordt gemaakt door andere stoffen. Of het wordt afgebroken tot glycogeen. Het kan zijn dat je afbraak- en afvoersystemen het niet meer kunnen bijpoten. Er wordt dan teveel lactaat gevormd. Het melkzuur hoopt zich dan op en dit verschijnsel noemen ze verzuring. Door deze verzuring verlopen bepaalde reacties in je lichaam minder goed. Je spiercellen worden beschadigd en hierdoor neemt je kracht af. Ook je coördinatie wordt minder doordat je spier- en zenuwcellen beschadigd worden. Een ander nadelig effect is beschadiging van je zenuwuiteinden, waardoor pijn kan ontstaan. Let wel: het melkzuur wat in je spieren terecht komt, zorgt voor de nadelige effecten van hierboven.
Het aërobe systeem
Bij dit energiesysteem is wel zuurstof betrokken, maar geen melkzuur. Glycogeen en vetten worden hier afgebroken met hulp van zuurstof. Het is een energieproces wat vanaf het begin in gang wordt gezet alleen niet meteen actief is, omdat het tijd nodig heeft om op gang te komen. Denk bijvoorbeeld aan een diesel! J Het duurt namelijk even voordat je hart, longen en bloedsomloop zich hebben aangepast aan de toename van de energievraag. Deze vorm van energielevering vindt plaats bij langere inspanningen met een lage of middelmatige intensiteit. Deze inspanning duurt langer dan 10 minuten. Een voordeel is dat wanneer het aëroob energiesysteem optimaal werkt, de andere twee energiesystemen kunnen herstellen. Het systeem start met het verbranden van glycogeen, waarna het na zo’n 45 tot 60 minuten vooral vet gaat verbranden. Hieronder de formule die hoort bij het aërobe energiesysteem.
Het verbranden van glycogeen
Glycogeen (of koolhydraten) is opgeslagen in je lever en spieren. Het wordt verbrand met hulp van zuurstof en dit levert weer energie op voor het vormen van ATP. Ook worden de afvalstoffen koolstofdioxide en water afgevoerd. Koolstofdioxide adem je uit en water raak je kwijt door te plassen en via zweet. Het leveren van energie komt bij het verbranden van glycogeen langzaam op gang. Hij is volledig op gang na zo’n 2 minuten. Het nadeel is dat de hoeveelheid energie per seconde laag is. Wel kan er lang gebruik van worden gemaakt. Soms vele minuten en in sommige gevallen meerdere uren.
Het verbranden van vet
Hierbij is meer zuurstof nodig dan bij de verbranding van glycogeen. Het verbranden van vet kost ook veel meer tijd. De hoeveelheid ATP die uit vetten kan worden gevormd, is dus lager. Het grote voordeel is wel dat er heel erg lang gebruik van kan worden gemaakt. Het aërobe systeem is helemaal op gang gekomen na zo’n 2 minuten. Je hart, bloedsomloop en je longen werken zodanig dat er voldoende zuurstof aan je spieren geleverd word. Ze werken dus allemaal volluit. Als de intensiteit van je inspanning dan gelijk blijft, kun je in een zogeheten ‘’steady state’’ komen. Dit kun je herkennen aan een constante ademhaling, hartfrequentie en melkzuurgehalte.
Combinatie van anaëroob lactisch en aëroob
In dit geval is er sprake van een energielevering, waarbij er afgewisseld wordt zonder en met zuurstof en met melkzuur. Het gaat dan om inspanningen die intensief zijn en tussen de 2 à 10 minuten duren.



