Hoeveel eiwitten heb je nodig op een dag? Zo bepaal je dat!

Eiwitten hebben meerdere belangrijke functies in je lichaam. Ze werken o.a. als enzymen en zijn bijvoorbeeld nodig bij je stofwisseling. Ook stimuleren ze je botgroei en zijn ze betrokken bij de bloedstolling. Vier veelgebruikte onderdelen bij eiwitten zijn: opslageiwit, beschermend eiwit, structuureiwit en transporteiwit. Er zijn meerdere factoren die bepalen hoeveel eiwit iemand nodig heeft. Denk bijvoorbeeld aan geslacht, leeftijd, ziekte, lichamelijke activiteit en de voedingstoestand. Er is een bepaalde vuistregel waarmee de dagelijkse hoeveelheid aan eiwit kunt bepalen. Welke dit is, leggen we later in dit artikel uit.

Hoeveel bedraagt het totale aandeel van eiwitten in onze energietoevoer? Zijn er bepaalde omstandigheden dat er andere richtlijnen zijn voor de behoefte aan eiwitten? Hoe zit het bij mensen die een dieet volgen? Stikstofbalans en de behoefte aan aminozuren, wat hebben deze twee met elkaar te maken? Wij geven er vandaag antwoord op! Je krijgt ook een overzicht te zien van eiwitrijke producten en hun biologische waarde😊

Een interessant artikel? Of heb je een opmerking, leuke vraag of suggestie voor ons platform?

Het zou leuk zijn als je hieronder een reactie achterlaat. Alvast bedankt! PS: We doen ons uiterste best om je binnen 1 werkdag een reactie te geven!

Behoefte aan eiwitten per doelgroep

Een gezond, gemiddeld en volwassen persoon heeft per kg lichaamsgewicht een dagelijkse hoeveelheid eiwitten nodig van 0.8 gram. Een volwassen persoon van 80 kg moet dagelijks dus een hoeveelheid van (0.8 x 80) 64 gram eiwitten tot zich nemen. Natuurlijk is de behoefte anders in bepaalde categorieĆ«n. Denk aan baby’s, kinderen, jongeren, zwangere vrouwen en (kracht)sporters. Voor zuigelingen in de leeftijd van 0 tot 3 maanden geldt een hoeveelheid van 2.7-3.5 gram per kg lichaamsgewicht. Bij zuigelingen in de leeftijd van 4 tot 11 maanden is dit een hoeveelheid van 1.2 gram per kg lichaamsgewicht. Peuters van 1 tot 3 jaar hebben een hoeveelheid van 1 gram per kg lichaamsgewicht nodig. Bij kinderen in de leeftijd van 4 tot 14 jaar bedraagt de hoeveelheid 0.9 gram per kg lichaamsgewicht. De laatste groep zijn de adolescenten van 15 tot 18 jaar met een dagelijkse benodigde hoeveelheid van 0.9 gram per kg lichaamsgewicht.


Wanneer wijkt de hoeveelheid ook af?

Als je in verwachting bent en bij het voeden mag de vrouw 10 tot 15 gram eiwitten extra per dag innemen. De behoefte aan eiwitten kan bij het doen van duursporten, afhankelijk van de intensiteit en duur, tot wel anderhalf keer de normale hoeveelheid bedragen. In principe krijg je met de reguliere voeding voldoende eiwitten binnen. Dit betekent dus een toevoer aan de essentiƫle aminozuren. Wanneer je meer energie verbruikt, zoals bijvoorbeeld krachtsporters, heb je meer eiwitten nodig. Het kan spiergroei dan zeker stimuleren. Ben je vegetariƫr? En volg je een streng veganistisch dieet? Een tekort aan eiwitten kan dan sneller ontstaan. Het gaat dan dus om voeding waar geen eieren, melk, melkproducten en producten van dode dieren in voorkomen.


Het volgen van een vermageringsdieet

Mocht je een bepaald vermageringsdieet volgen, dan kan je dagelijkse behoefte aan eiwit toenemen met zo’n 1 tot 1.2 gram per dag. Op die manier kan meer voorkomen worden dat het lichaam geen spiermassa gaat afbreken. En de hoeveelheid lichaamsvet toch kan afnemen. Neem je een te lage hoeveelheid eiwitten tot je? Je lichaam loopt dan meer infectiegevaar. Ook vermindert de werking van insuline en vertraagd de stofwisseling. Het totale aandeel aan eiwit binnen een vermageringsdieet ligt tussen de 20 en 25 %.


Eiwitten en spieren

Met voldoende eiwitten voorkom je dus dat je spieren worden afgebroken. Je lichaam heeft je spieren nodig voor het verbranden van vet. Een ander voordeel van eiwitten is dat ze een hoge mate van verzadiging geven. Wil je ze vervangen voor vetten of koolhydraten? Don’t do that! Er zijn een aantal producten die aan te raden zijn: vetarm vlees, volkorenbrood, sojabonen, peulvruchten, maar ook melkproducten met een laag gehalte aan vet. Het totale aandeel aan eiwit binnen de energietoevoer ligt tussen de 10 en 15 %. Hieronder een overzicht van producten met de biologische waarde. Ze geven aan hoeveel gram lichaamseiwit een persoon uit 100 gram voedseleiwit kan maken.

Welk product? Wat is de biologische waarde?
Linzen of bonen Tarwe Brood en graanproducten Koemelk MaĆÆs Rijst Aardappelen Vis Gevogelte Rundvlees SojaproteĆÆne Varkensvlees Kippenei 40 tot 50 gram 55 gram 50 tot 70 gram 72 gram 72 gram 72 gram 76 gram 70 tot 90 gram 80 gram 80 gram 81 gram 85 gram 100 gram


Eiwitten en aminozuren

Eiwitten bestaan uit aminozuren die als bouwstenen met elkaar verbonden zijn. Het lichaam kan de aminozuren niet opslaan en verwerkt alleen de eiwitten die het lichaam nodig heeft. Om deze reden splitst het lichaam de eiwitten en voegt ze samen. Overschotten van aminozuren en hele eiwitten zet de lever om in glucose. En dat is een belangrijke energieleverancier. Eiwitrijke voeding kan dus al snel te calorierijk worden. Dit kan leiden tot gewichtstoename en het opslaan van vet. Eiwitten hebben nog veel meer functies.


Stikstofbalans en meten van het bloed

Van oudsher werd de behoefte van een persoon aan de essentiƫle aminozuren bepaald aan de hand van de stikstofbalans. Met de stikstofbalans kun je zien of het lichaam van een persoon meer eiwit opbouwt of juist afbreekt. De stikstofbalans is kort gezegd dan negatief of positief. Wanneer er sprake is van een negatieve stikstofbalans dan verliest het lichaam van een persoon stikstofverbindingen. Dit komt omdat aminozuren en eiwitten afgebroken worden. Een balans in de stikstofbalans is daarom extra belangrijk. Het in evenwicht houden van de stikstofbalans kun je bereiken wanneer er een minimale hoeveelheid aan de essentiƫle aminozuren wordt opgenomen via onze voeding. Een andere manier om de behoefte te meten is te kijken naar de hoeveelheid aminozuren in het bloed van een persoon. Dit geeft namelijk veranderingen in het bloedplasma. Hieronder een overzicht van de behoefte aan de essentiƫle aminozuren, die wordt weergegeven in mg per kg lichaamsgewicht.

Welk aminozuur? Behoefte zuigelingen van 3 tot 4 maanden Behoefte van volwassenen
Tryptofaan 17 mg 3.5 mg
Methionine 58 mg 13 mg
CysteĆÆne (semi-essentieel) 58 mg 13 mg
Isoleucine 70 mg 10 mg
Threonine 87 mg 7 mg
Valine 93 mg 10 mg
Lysine 103 mg 12 mg
Fenylalaline 125 mg 14 mg
Tyrosine (semi essentieel) 125 mg 14 mg
Leucine 161 mg 14 mg