Motivatie problemen? Pas onze 12 motivatietips toe!
Motivatie vormt een heel belangrijk onderdeel wanneer je start met sporten, maar ook wanneer je al aan het sporten bent. Je motivatie wordt grotendeels bepaald door je eigen inzet. Het zegt iets over de bereidheid die je hebt om een bepaald gedrag te verrichten. Of anderzijds, de bereidheid die misschien ontbreekt. Het gaat om beweegredenen die van binnenuit (intrinsiek) en van buitenaf (extrinsiek) komen.

Ben jij voldoende gemotiveerd?
Tip 1: Schrijf de redenen op waarom je naar de sportschool gaat
Je hebt natuurlijk goede redenen waarom je naar de sportschool gaat. Je hebt ooit in ieder geval goede redenen gehad. Misschien is je motivatie verandert in de loop van de tijd. Wijs jezelf dus weer even op de positieve kanten van het sporten. Schrijf deze voordelen op, zodat je zelf weer ziet wat je bedoeld. Je kunt je hier makkelijker aan vast houden.
Tip 2: Gebruik een trainingsschema
Door je te houden aan een trainingsschema, werk je de training vaak nauwkeuriger af dan wanneer je zonder schema traint. Op je schema staan ook minder leuke oefeningen. Toch zijn deze wel goed om je zwakke schakels te trainen. Zonder schema zul je eerder alleen de leuke oefeningen doen. Door het gebruik van een schema weet je wat je hebt gedaan en kun je na verloop van tijd makkelijker afwisselen of intensiveren.
Tip 3: Zorg dat je de oefeningen goed kan uitvoeren
Door je oefeningen effectief uit te voeren, voorkom je blessures. Je doel is tenslotte om spieren te verstevigen en dat doe je door bewegingen op de juiste manier te doen. Trigger jezelf om voor elke oefeningen eerst even na te denken waar je op moet letten tijdens de oefening. Misschien wil je wel hypertrofie. Zorg dus dat je de oefeningen uitvoert zoals ze bedoeld zijn.
Tip 4: Varieer in oefeningen, tijdsduur en tijdstippen
Oefeningen die je al jaren doet, zijn misschien al aardig geautomatiseerd. Je kunt deze dan ook anders uitvoeren. Je kunt bijvoorbeeld ander materiaal gebruiken voor de oefening. Of je stelt het toestel anders in (een andere grip). Ook de duur van je training kun je aanpassen. Deze hoeft niet persé langer te zijn. Een kortere training kan ook een andere beleving geven. Hou het principe van supercompensatie wel in je achterhoofd. Door je tijdstippen ook eens te veranderen, wordt de voorspelbaarheid kleiner. Misschien kun je op een ander tijdstip wel veel meer doen en kun je de training nauwkeuriger uitvoeren.
Tip 5: Train ook eens met iemand samen
Door samen met iemand anders te trainen en hiervoor een afspraak in te plannen, voel je jezelf meer verplicht om naar de training te gaan. Je kunt de training makkelijker blokken in je agenda. Bovendien kun je met een partner nog wat meer uit je training halen.
Tip 6: Beloon jezelf regelmatig
Wanneer je afgelopen 6 tot 8 weken met regelmaat hebt getraind, mag je jezelf belonen. Deze beloning kan er voor iedereen anders uitzien. Denk bijvoorbeeld aan het kopen van nieuwe sportkleding of een etentje. Het helpt wanneer je dit samen met een buddy doet. Let wel: de tip werkt alleen wanneer je de doelstelling gehaald hebt.
Tip 7: Schrijf je trainingen op
Door je trainingen te registreren, kun je zien hoeveel trainingen je na verloop van tijd hebt gedaan. Het werkt extra motiverend wanneer je niet alleen de dag van de training, maar ook de inhoud van de training noteerd. Je kunt er dan bijschrijven hoe het ging. Welke momenten heb je lekker getraind of welke trainingen zijn goed verlopen? Haal de succesfactoren eruit en ga ermee verder.
Tip 8: Test jezelf regelmatig
Jezelf testen kan op verschillende manieren en hoeft niet moeilijk te zijn. Dit hoeft dus geen marathon te zijn. Je kunt op de cardiotoestellen nagaan of je uithoudingsvermogen is verbeterd. Je kunt de frequentie en regelmaat opvoeren. Let erop dat de omstandigheden wel gelijk zijn. Testen kan ook door je te laten meten. Hoe is je gewicht, vetpercentage en BMI veranderd ten opzichte van vorige keer? Let erop dat dit niet allesbepalend voor je is. Dit werkt demotiverend.
Tip 9: Maak doelstellingen
Schrijf je doelstelling op en lees ze regelmatig. Het helpt je ook om ze af en toe hardop uit te spreken. Toen je net begonnen was, had je ongetwijfeld een bepaalde doelstelling. Misschien is deze doelstelling (voor een deel) al behaald. Nieuwe doelen blijven stellen is belangrijk om je motivatie vast te houden. Let erop dat je doelstellingen SMART zijn.
Tip 10: Deel je doelstellingen met anderen
Zorg dat je omgeving op de hoogte is van hetgeen je wilt bereiken. Ze kunnen er rekening mee houden en vormen mogelijk je stok achter de deur. Wanneer je als doel hebt om een marathon te lopen, zorg je dat je de omgeving regelmatig op de hoogte brengt van je vorderingen.
Tip 11: Zorg voor voldoende rust
Sommige mensen gaan te vaak naar de sportschool. Kan dit? Ja, dit kan! Wanneer je 4 of 5 keer naar de sportschool gaat, is de kans groot dat je de uitdaging kwijtraakt. Wanneer je regelmatig rustdagen pakt, zal je behoefte om te gaan sporten groter zijn. Je hebt weer een impuls om lekker te gaan trainen. Ook stimuleer je het proces van de supercompensatie. Je lichaam heeft namelijk rust nodig om te kunnen herstellen. Je opgebouwde conditie zal niet zo snel verdwijnen, wanneer je al wat jaren naar de sportschool gaat. Dit heeft met reversibiliteit te maken en is een element van de trainingswetmatigheden.
Tip 12: Varieer met de eerder genoemde 11 tips
De bovenstaande tips kunnen na verloop van tijd uitgewerkt zijn. Dit is een logisch verschijnsel. Wanneer je zelf merkt dat een bepaalde tip niet meer goed werkt voor je, kan een andere tip je juist wel helpen. Probeer jezelf te verrassen en wissel de tips regelmatig af. Zorg er in ieder geval voor dat je blijft sporten! Je wilt tenslotte een gedragsverandering bewerkstelligen en hebt het misschien al tot fase 5 geschopt ;)



