Heb je een blessure? Volg deze 7 tips om actief te blijven!
Een blessure is vervelend omdat het je lichamelijk beperkt. Ook kan het mentale aspect van geblesseerd zijn behoorlijk zwaar zijn. Je traint natuurlijk niet omdat je een blessure wilt oplopen. Soms zit pech alleen in een klein hoekje en ontstaat een blessure zonder dat je er erg in hebt.
Het nadeel van een blessure is dat je beperkt bent in je belastbaarheid. Je training zal er dus anders uit moeten zien. Je kunt niet alles doen wat je wilt doen om fit te blijven. Maar hoe kun je ervoor zorgen dat je niet al te veel achteruitgaat?

Toch trainen als je een blessure hebt?
Tip 1: Blijf actief
Je hebt een blessure opgelopen omdat je iets hebt gedaan wat je niet had moeten doen. Je bent er tenslotte om geblesseerd geraakt. Natuurlijk wist je dit al. Misschien zit je om die reden wel met frustratie thuis. Het hebben van een blessure betekent alleen niet dat je helemaal niks meer kunt doen. De belasting (trainingsprikkel) moet alleen anders zijn omdat je belastbaarheid (datgene wat je lichamelijk aankunt) ook minder is. Je kunt je geblesseerde lichaamsdelen zoveel mogelijk ontzien. Andere delen van je lichaam kun je mogelijk wel belasten.
Bijvoorbeeld wandelen of wanneer je een blessure hebt aan je schouder of arm. Bij een blessure aan je knie of voet is het vaak verstandiger om te fietsen. Let er wel op dat je fietst met een lichte weerstand. Voor klachten aan je gewrichten wordt zwemmen vaak gebruikt als revalidatiemiddel. Je gewrichten worden dan minder belast. Het doen van krachttraining kan in sommige gevallen ook prima. Getroffen spieren moeten dan veel met gerust gelaten worden. Wat je wel en vooral niet moet doen, weet je fysio vast te vertellen.
Tip 2: Zorg voor een goede techniek
We kunnen het niet vaak genoeg zeggen. Zorg ervoor dat je elke oefening effectief en nauwkeurig uitvoert. Nog te vaak ontstaan blessures door verkeerde uitvoering van oefeningen. Helaas doen veel mensen te intensieve oefeningen op een verkeerde manier. Een combinatie van te zware gewichten en een verkeerde uitvoering, roept gegarandeerd problemen op. Het gevolg is de ontwikkeling van foute bewegingspatronen. Vaak is er al sprake van een bepaalde beperking in stabiliteit, mobiliteit of flexibiliteit. Door verkeerd te trainen vergroot je de beperking juist, terwijl je deze juist goed zou moeten trainen. De kans op blessures neemt dan toe. FMS is een systeem waarmee je bewegingspatronen op een eenvoudige manier kunt meten en indelen.
Slordigheid in je uitvoering roept al problemen op. Een goede ademhaling tijdens het trainen is ook erg belangrijk. Train dus beter met lichtere gewichten en maak wat meer herhalingen, waarbij je de oefening heel nauwkeurig uitvoert. Liever dit doen dan trainen met zware gewichten en een verkeerde uitvoering. Kwaliteit is met trainen altijd belangrijker dan kwantiteit.
Tip 3: Zorg voor een verantwoorde opbouw in je herstel
Je lichaam heeft tijd nodig om zich te kunnen herstellen. Je zult dus niks moeten overhaasten. Terugkomend op het vorige stukje, voer geleidelijk je herhalingen op en ga niet te snel je gewicht verhogen. Ook al is de verleiding soms groot, blijf verstandig. Een langzame opbouw in je trainingen, gaat ervoor zorgen dat je daadwerkelijk terugkeert op je oude niveau. Besef ook dat je enorm veel leert in je revalidatieproces en dat je erachter komt hoe belangrijk een goede techniek is. Train in geen enkel geval tot aan je pijngrens. Pijn is een signaal van je lichaam waar je naar moet luisteren. Je uithouding herstel sneller dan je spieren en pezen. Heb dus niet te hoge verwachtingen. Je spieren en de bewegingsuitslag moeten herstellen.
Tip 4: Zorg voor voldoende rust
Op tijd stoppen is net zo belangrijk voor je herstel. Kleine pijntjes worden nogal eens genegeerd. Niet doen! Je spieren en pezen zijn kwetsbaarder dan normaal. Deze wil je dus niet te veel belasten en absoluut niet overbelasten. Een blessure kan dan alleen maar heftiger worden en dat is wel het laatste dat je wilt. Luister nog eens extra goed naar je lichaam, wanneer het je aangeeft dat je iets verkeerd doet. Neem op tijd rust, want rust is nodig om supercompensatie te stimuleren.
Tip 5: Gebruik geen pijnstillers bij je training
Je wilt graag in vorm blijven, ook al heb je een blessure. Je kunt tenslotte veel dingen wél doen. Voor sommige mensen is de verleiding te groot om zonder een pijnstiller te gaan trainen. Dit is echt niet verstandig! Je schakelt de pijn uit en je begrijpt zelf ook dat dit enorm gevaarlijk is. Je mist dan de waarschuwing van je lichaam wanneer je iets doet wat je niet moet doen. Je arts of fysio weet in jouw geval wat het beste is. Overleg met hem of haar of je kunt trainen met een pijnstiller. Of wanneer je zonder pijnstillers continu pijn hebt. Bepaalde bewegingen mag je mogelijk echt niet maken.
Tip 6: Train je zwakke schakels
Zwakke schakels belemmeren je herstel en vooruitgang. Beperkingen in bepaalde bewegingspatronen kunnen een negatieve invloed hebben op functionele training. Ook kunnen ze dan de positie- en bewegingszin van gewrichten en spieren verstoren. Fysieke disbalans en/of zwaktes in je lichaam zal je moeten versterken. Zo kun je een blessure in de toekomst misschien wel voorkomen.
Tip 7: Blijf gemotiveerd
Natuurlijk kan een blessure voor frustratie zorgen. Met bovenstaande tips werk je in ieder geval aan een verantwoord herstel. Let erop dat je de motivatie dus vasthoudt. Het kost wat tijd, maar dan heb je daarna ook wat. Je motivatie wordt grotendeels bepaald door je eigen inzet. Het zegt iets over de bereidheid die je hebt om een bepaald gedrag te verrichten. Of anderzijds, de bereidheid die misschien ontbreekt. Bedenk waarvoor je het allemaal doet. Als je de motivatie verliest, kunnen onze tips om gemotiveerd te blijven je helpen!



